
Een sporter mag nog de beste trainer, coach, kinesitherapeut,
sportarts e.a. hebben, maar wat als je de klop van de hamer krijgt tijdens één
van je belangrijkste sportprestaties? Ongeacht conditie en technische
capaciteiten blijft een geoptimaliseerde voeding belangrijk!
De optimale voeding van een sporter hangt af van de duur en intensiteit
van de sport, de trainingstijden, het gewenste lichaamsgewicht en het
sportseizoen.
Een tekort aan een bepaalde voedingsstof kan de prestaties negatief
beïnvloeden. Daarnaast is bekend dat zowel een hoog als een laag
vetpercentage een negatief effect heeft op de prestaties en/of het
herstelvermogen.
Goede sportvoeding is daarom een goed uitgebalanceerde
voeding. Dat betekent dat alle voedingsstoffen in de juiste verhouding
aanwezig
zijn. Voldoende vocht, energie en vitamines bijvoorbeeld. Er bestaat
dus niet zoiets als dé sportvoeding.
1. Begeleiding sportvoeding
2. Verschillende sporttakken
3. Energie
4. Vocht
1. Begeleiding
sportvoeding 
a) Individuele begeleiding van sporters
Als
topsporter of intensief recreatieve sporter vergt u veel van uw
lichaam. Daarom moet uw voedingspatroon afgestemd zijn op uw fysieke
inspanning. Dat wil zeggen afgestemd op uw sporttak, de intensiteit
van het trainingsschema en uw levensstijl.
Wij bieden u voedingsadvies op basis van:
• Persoonlijke eisen
• Persoonlijke energieberekening en screening van tekorten
• Lichaamsgewicht en vetpercentage onderzoek
Ons aanbod bevat:
• Basispakket
o Algemene voedingsaanbevelingen
o Praktische informatie en tips
o Advies aangepast aan trainingen en wedstrijden
• Uitgebreid pakket
o Basispakket
o Begeleiding bij gewichtscontrole, eventuele tekorten of andere
• Volledig pakket
o Uitgebreid pakket
o Voedingsschema aangepast aan verschillende perioden
o Begeleiding en informatie over voedingsupplementen
b) Ploegbegeleiding
Een groep
of een team sporters wordt begeleid met voeding gedurende een bepaalde
periode (1 seizoen, voorbereidingsfase, buitenlandse
reizen, tornooien, kampen…). De inhoud, duur en de intensiteit
van begeleiding is afhankelijk van de eisen van de groep of het
team.
Wij bieden teams of groepen:
• Persoonlijke energieberekening
en screening van tekorten
• Lichaamsgewicht en vetpercentage onderzoek
• Individuele begeleiding van elke speler/sporter: Basispakket, Uitgebreid
pakket of Volledig pakket
• Informatiesessies over sportvoeding
• Informatie over specifieke onderwerpen
c) Informatiesessie op aanvraag
Hebt
u liever geen individueel voedingsadvies, maar wilt u wel weten
welk voedingspatroon het beste bij u en uw sport past? Op aanvraag
kan een informatiesessie opgegeven onderwerp aangeboden, u bepaalt
het gewenste onderwerp. Bijvoorbeeld voor uw hele team of vereniging.
Wij leren u dan in grote lijnen hoe u uw eetgewoonten beter kunt
afstemmen op uw sportprestatie.
• Gezonde voeding
• Vitaminen en mineralen
• Voedingssupplementen zoals creatine, aminozuren…
• Sportdranken
• Wedstrijdvoorbereiding
• …
2. Verschillende
sporttakken 
In de sportwereld onderscheiden we 3 grote sporttakken. Elke sport
heeft zijn disciplines en zijn individuele voedingsbehoeften.
Duursport
Bij duursporten wordt het lichaam gedurende langere tijd belast. Voorbeelden
zijn schaatsen, triatlon, wielrennen, langlaufen, roeien, snelwandelen,
bergbeklimmen en zwemmen (meer dan 400m). Om een optimale energievoorziening
te verkrijgen hebben duursporters vooral koolhydraten nodig.
Krachtsport
In krachtsporten zoals bodybuilding, kogelstoten en gewichtheffen
staat de ontwikkeling van spierkracht centraal. Naast grote spierkracht
worden bij zogenaamde snelkrachtsporten zoals schaatsen (sprint),
zwemmen (korte afstand), sprinten, skiën, boksen en turnen
grote eisen gesteld aan snelheid. Ten opzichte van andere sporters
hebben
deze sporters een grotere spiermassa en zo ook een hogere eiwitbehoefte.
Spelsport
Bij team- en spelsport kan de intensiteit in training en wedstrijd
sterk variëren. Het ene moment wordt een beroep gedaan op
snelheid, het andere moment op sprongkracht. Voorbeelden zijn
voetbal, tennis,
volleybal, hockey, squash, tafeltennis en waterpolo maar ook
gevechtsporten vallen hieronder. Net als duursporters moeten
ook de team- en spelsporters
zorgen voor voldoende koolhydraten in de voeding.
3. Energie 
Bij sporters is er vaak sprake van een negatieve
energiebalans.
De spiermassa wordt afgebroken en tekorten aan voedingsstoffen kunnen
ontstaan, waardoor het prestatievermogen nadelig wordt beïnvloed.
Waar
haalt de sporter zijn energie vandaan?
Het lichaam maakt hoofdzakelijk gebruik van 2 soorten brandstof
nl. koolhydraten en vetten. Bij een koolhydraattekort worden
eiwitten ook als brandstof gebruikt.
Naarmate de intensiteit van de inspanning hoger is zal de koolhydraatverbranding
hoger en de vetzuurverbranding lager zijn.
Koolhydraten
Koolhydraten zijn van groot belang als sportenergie. Koolhydraten
zorgen namelijk voor een snelle en efficiënte energielevering.
Als
de glycogeenvoorraad uitgeput geraakt moet het lichaam volledig overschakelen
op verbranding van vetten (vetzuren) en eiwitten (aminozuren).
De energielevering wordt trager, dat betekent dat inspanningen met
een hoge intensiteit niet meer kunnen worden uitgevoerd. Bij sporten
waarbij meer dan 45 minuten intensief wordt gesport moet de glycogeenvoorraad
aangevuld worden.
Hoe lager de glycogeenvoorraden des te meer aminozuren
worden gebruikt voor de levering van energie. Dit gaat ten koste
van opbouw/herstel
van spierweefsel.
Deze problemen kunnen worden voorkomen door het gebruik van een
koolhydraatrijke voeding (60 % energie) waardoor het mogelijk is
het verlies aan koolhydraten
weer aan te vullen. Voldoende koolhydraten in de voeding heeft
dus een eiwitsparende functie.
Vetten
Vet wordt door sporters vaak zoveel mogelijk gemeden.
Vet is een ‘langzame’ brandstof, die hoofdzakelijk
in rust en bij extensieve duurarbeid wordt gebruikt. Bij intensieve
duurarbeid
maakt vetverbranding nog maar 50% van de energielevering uit. Bij
arbeid op de verzuringgrens of daarboven wordt de vetverbranding
bijna helemaal
stopgezet en zullen vooral koolhydraten de energie leveren die
nodig is voor de inspanning.
Voor de uiteindelijke sportprestatie is de vetopname
via de voeding dus minder belangrijk. Voor intensieve inspanningen
zijn de glycogeenvoorraden
in de spieren van groter belang.
De vetvoorraad in het lichaam is meestal meer dan voldoende voor de
energielevering. Een te hoge vetopname gaat bovendien gepaard met een
lage koolhydraatopname. In dat opzicht is het dan ook gewenst niet
te veel vetten met de voeding op te nemen.
Eiwitten
Eiwitten zijn voor het lichaam in de eerste plaats een belangrijke
bouwstof maar kunnen tevens gebruikt worden als energiebron.
Tijdens een periode van vermageren heeft het lichaam eerder de neiging
om eiwit (dus spiereiwit) te gaan verbranden dan onder normale omstandigheden,
als er een gebrek is aan koolhydraten.
Voldoende eiwit, maar vooral ook voldoende koolhydraten in de voeding
helpen deze afbraak te voorkomen.
Alcohol
Alcohol levert lege calorieën en heeft geen nut voor het lichaam.
4. Vocht 
De mens bestaat voor ± 55% uit water. De vetvrije lichaamsmassa
zelfs voor 75%.
Water is een belangrijk transportmiddel in ons lichaam. Het is het
hoofdbestanddeel van bloed, urine en zweet. Door diverse mineralen
wordt het water ‘op zijn plaats’ gehouden. Hierbij spelen
natrium (buiten de cel) en kalium (binnen de cel) een rol.
Verder is vocht van belang voor het handhaven van een gelijkmatige
lichaamstemperatuur (thermoregulatie). Door inspanning stijgt de
lichaamstemperatuur. Een goede vochthuishouding is dus voor de sporter
van levensbelang.
Waterbalans/Vochtbalans
Van een goede
waterbalans is sprake als afgifte en opname met elkaar in evenwicht
zijn.
Bij een sporter is de uitscheiding van vocht via zweet verhoogd in
vergelijking met een persoon die niet sport.
Het vochtverlies tijdens
inspanning is afhankelijk van de volgende factoren:
• de temperatuur
• de luchtvochtigheidsgraad
• de duur van de inspanning
• de intensiteit van de inspanning
• de sportkleding; door het dragen van bijvoorbeeld isolerende sportkleding
kan het vocht verlies toenemen.
Zweet bestaat niet alleen uit water maar er zijn onder andere
een aantal mineralen in opgelost. De belangrijkste mineralen
die in het zweet aanwezig zijn, zijn Natrium (Na) en Chloor (Cl).
Een ander woord voor natriumchloride is (keuken)zout. Bij getrainde
atleten bevat het zweet minder zout dan bij ongetrainde. Zweer
bevat ten opzichte van lichaamsvloeistoffen meer water dan
zouten (= hypotoon).
De behoefte aan wateraanvulling tijdens de inspanning
zal dus groter zijn dan aan zoutaanvulling. Alleen bij sterk zweten
(>4
liter) is het aanvullen van zout tijdens de inspanning aan te raden
doordat
het lichaam teveel vocht verliest.
Prestatieverlies
Zweetverlies
% van het lichaamsgewicht
|
Effect op de prestaties |
1%
|
Negatief
effect op de stofwisseling |
2%
|
Verminderde
thermoregulatie
Vermindering van duurvermogen |
3%
|
Verregaande
afname van duurvermogen |
4-6%
|
Vermindering
van de kracht
Verregaande afname van duurvermogen |
> 6%
|
Verregaande uitdroging
- Kramp
- Uitputting
- Bewustzijnverlies
- Coma
- Dood |
|
Een vochtverlies van meer dan 2% van het lichaamsgewicht vermindert
de sportprestatie. Bij de meeste atleten is dit minder dan 2 liter
zweetverlies.
De enige juiste oplossing om deze negatieve veranderingen te voorkomen,
is zoveel mogelijk drinken zodat de verliezen gecompenseerd kunnen
worden. Hoeveel vocht tijdens inspanning verloren is gegaan, is eenvoudig
na te gaan door vlak voor en meteen na de inspanning het lichaamsgewicht
te bepalen. Iedere kilo gewichtsverlies staat ongeveer gelijk aan 1
liter water. Om het royale waterverlies tijdens de inspanning te meten
moet men hierbij natuurlijk de hoeveelheid vocht optellen die tijdens
de inspanning is gedronken. De sporter kan zo controleren of hij tijdens
de inspanning voldoende heeft gedronken en hij kan een schatting maken
hoeveel vocht tijdens de inspanning ongeveer nodig is.
Dorstgevoel
Het dorstgevoel is een waarschuwing aan de mens om te voorkomen dat
het lichaam teveel vocht verliest. Dorst treedt op als het verlies
aan vocht ongeveer 2% van het lichaamsgewicht bedraagt. Op het moment
dat dorst ontstaat, is het eigenlijk al te laat om het prestatievermogen
op peil te houden. Daarom moeten sporters zich aanleren te drinken
voordat ze dorst krijgen. Daarbij komt dat bij intensieve training
de dorstprikkel soms geheel verdwijnt.
|