Cholesterol is een vetachtige stof die een belangrijke rol speelt bij de opbouw van celmembranen en nodig is voor de aanmaak van hormonen. LDL-cholesterol (de slechte cholesterol) brengt cholesterol naar onze lichaamscellen. Wat de cellen niet kunnen opnemen blijft in het bloed. Deze cholesterol kan zich gaan afzetten of ophopen in de aderwanden waardoor de aders kunnen dichtslibben en het risico op hart- en vaatziekten vergroot.
Er zijn 2 bronnen van cholesterol: een externe bron, via voeding van dierlijke oorsprong en een interne bron, waarvan een deel door ons lichaam zelf wordt aangemaakt. Het cholesterolgehalte wordt niet alleen bepaald door de cholesterol in de voeding, maar vooral door de vetten in de voeding.
Het cholesterolgehalte wordt gemeten via een eenvoudige bloedafname. De streefwaarden voor de totale cholesterol is minder dan 190 mg/dl en minder dan 115 mg/dl voor LDL-cholesterol.
Oorzaken van een te hoog cholesterolgehalte:
• Het eten van te veel slechte vetten
• Het eten van cholesterolrijke voedingsmiddelen
• Een te hoog lichaamsgewicht
• Erfelijke aanleg
Eens een te hoog cholesterolgehalte wordt vastgesteld, moet er worden ingegrepen om dit te verlagen. In eerste instantie wordt de nadruk gelegd op een aangepaste voeding:
- meer groenten en fruit
- meer brood en andere graanproducten
- meer vis en gevogelte, andere vleessoorten worden beperkt geconsumeerd
- olijfolie als voornaamste vetbron voor bakken & braden en slaatjes
- zuivelproducten met mate (vnl. magere zuivelproducten).
Belangrijk is een gevarieerd menu waarin elk van de verschillende voedingscomponenten voldoende aan bod komt. Wat zeker vermeden moet worden zijn de smeer- en bereidingsvetten zoals boter, harde margarines en frituurvetten. Kies voor vetten van plantaardige oorsprong zoals oliën en zachte margarines. Zij bevatten onverzadigde vetzuren (= goede vetten).